Europese Zaken

Gotthardbasistunnel. Photo/Foto: Pechristener/Wikipedia.

De Gotthardbasistunnel en de EU

Sinds 1990 heeft Zwitserland zich ingespannen om te zorgen voor de ontwikkeling van het Europese vervoerssysteem en de integratie van het Europese hogesnelheidsnet door de bouw van de Gotthard-basistunnel. Samen met de nieuwe goederenlijn van Rotterdam naar de Nederlands-Duitse grens is de Gotthardtunnel een belangrijke constructie op de Europese corridor Rotterdam-Milaan-Genua, ware het niet dat in Duitsland en Italië de toegezegde projecten stagneren en niet van de grond komen. De opening van de Gotthardtunnel op 1 juni 2016 heeft dus niet alleen een praktische Europese betekenis, maar is ook van symbolische waarde.

De 15 kilometer lange Ceneri-basistunnel in Italië en de toegangswegen tussen Karlsruhe en Bazel ontbreken, evenals het verlengstuk van de zogenaamde Betuwelijn in Nederland, omdat Duitsland de haven van Hamburg in bescherming neemt. De Gotthardtunnel is ook een belangrijke gebeurtenis voor de Europese Unie. Een klein land in het midden van Europa heeft binnen het budget, zonder verspilling, zonder corruptie, zonder Europees geld en een jaar eerder dan gepland dit project afgerond. Ondanks overeenkomsten en financiële steun van Zwitserland leveren Italië en Duitsland echter niet, althans niet zoals was gepland en overeengekomen.

Een tunnel door de Gotthard maken, een bergketen van graniet, is geen probleem voor Zwitserland, maar EU-landen en EU met haar gebruikelijke pacta non sunt servanda kunnen niet worden overwonnen. Zwitserland wil het ook niet meer en heeft in juni 2016 haar aanvraag voor het EU-lidmaatschap ingetrokken.

De afwezigheid van de (vijf) “Europese Voorzitters” (“geen tijd”) bij de opening en feestelijkheden op 1 juni zegt ook iets over deze bestuurders. Zij hechten geen waarde aan projecten die worden opgeleverd zonder verspilling, zonder corruptie, zonder EU-geld en binnen de termijn. Dat hoeft ook niet, want ze hoeven geen verantwoording aan een functionerend (Europees) parlement of bij verkiezingen af te leggen. De EU, de euro, wijd opengegooide grenzen, ongebreidelde uitbreiding en socialisering van Nederlandse spaargelden, pensioenen en sociale zekerheid en Franse, Griekse en Italiaanse schulden zijn immers ‘alternatiefloos’. Uiteraard hebben de Zwitsers in 1992 in een referendum (64%) in 1992 ‘ja’ gezegd tegen dit project en was er sprake van een duidelijke politieke legitimiteit. Democratie en pacta sunt servanda zijn echter tegenstrijdige begrippen (contradictiones in termines) op Europees niveau.

Zwitserland keek aan het einde van de Koude Oorlog in 1989 uiteraard ook naar de EU. Begin jaren negentig was er niet veel keuze. In 1992 stemden de burgers (50,3 %) maar nipt tegen de EU, maar het establishment dat vóór toetreding tot de EU was, respecteerde deze uitslag. Tegenwoordig zijn veel voormalige Jasagers deze 50,3 % zeer dankbaar.